
10 jaar BurgumMobyl zorgt voor sociale mobiliteit in Burgum
AlgemeenVorige week vrijdagmiddag vierde de BurgumMobyl een bijzonder moment. De plaatselijke vervoersorganisatie uit Burgum draait op een grote groep vrijwilligers en is inmiddels tien jaar niet meer weg te denken uit het sociale leven van het dorp. Voorzitter Nico Lijkelema, in oktober 2024 aangetreden, vertelt over de geschiedenis, de waarde en de toekomst. “Vooral voor ouderen is mobiliteit belangrijk. En met deze twee prachtig nieuwe elektrische auto’s kunnen we weer jaren vooruit.”
“Je neemt geen taxi op het moment dat je van je huis naar de supermarkt gaat. We zijn dus echt een aanvulling”, zegt Lijkelema. Toch rijden zijn chauffeurs precies dat stukje. De BurgumMobyl vervoert mensen met een beperkte mobiliteit uitsluitend binnen postcode 9251. “Binnen een kwartier kunnen we het berijdbaar houden.” De organisatie draait volledig op vrijwilligers. De 22 telefonistes coördineren alle ritten vanuit Berghiem, twee planners boksen de roosters voor elkaar en de 45 chauffeurs rijden per toerbeurt de hele maand.
Maar de BurgumMobyl is meer dan vervoer alleen. “We hebben ook een hele hoop mensen die gewoon voor het sociale gebeuren even een ritje met ons maken,” vertelt Lijkelema. “En er zijn chauffeurs die dan een voorkeur hebben voor bepaalde passagiers.” De vergrijzing en toenemende eenzaamheid maken die rol alleen maar groter.
De stichting begon in 2016 met wat intern altijd een ‘ajo’ werd genoemd, een eenvoudig voertuigje. Later volgden Peugeot Partners, maar die bleken in de winter problematisch. “Als we dan de kachel op 2 zetten, dan haalden we de middag niet meer.” Eerder dit jaar kwamen twee Citroën e-C4 Aircross-modellen, aangeschaft met een provinciale subsidie van 70.000 euro uit het fonds Fryslân Underweis en een bijdrage van 5.000 euro van het Rabo Coöperatiefonds.
De BurgumMobyl hielp ondertussen ook andere dorpen bij soortgelijke initiatieven. Wolvega, Buitenpost en recent Surhuisterveen volgden. “Het heeft wel een meerwaarde voor de gemeenschap,” zegt Lijkelema. Over de toekomst is hij helder: “We hopen dat we nog jaren vooruit kunnen.”



















