
Otterweesjes vinden onderdak bij Fûgelhelling in Ureterp
AlgemeenIn de omgeving van Steenwijk trof een boswachter onlangs een doodgereden moederotter aan. Toen bleek dat er nog melk uit haar tepels kwam, werd duidelijk dat er ergens in de buurt jongen moesten zijn. Eenmaal gevonden werden de drie babyotters naar wildopvang De Fûgelhelling in Ureterp gebracht.
“Als er een otter wordt doodgereden, gaat dat nieuws snel rond. Omdat dit vrouwtje nog melk gaf, gingen alle alarmbellen af. Een netwerk van boswachters, ecologen en natuurliefhebbers in Overijssel werd direct ingeschakeld. Er is vijf dagen gezocht”, vertel Hetty Sinnema van De Fûgelhelling. “Het gebied zat vol water en riet, dus het was lastig, maar uiteindelijk vonden ze de jongen onder bramenstruiken. Het was echt een kruip- en sluipactie.”
De drie jonge otters waren in slechte conditie. “Ze waren uitgedroogd en hadden al muggeneitjes op hun vacht. Eerst hebben we die verwijderd, daarna kregen ze vocht en pas later speciale melk, rijk aan eiwitten en vet”, legt Sinnema uit. “Veel dieren zijn lactosegevoelig, dus we begonnen voorzichtig.” Aan hun tanden en vacht zagen de verzorgers dat de jongen zo’n vijf à zes weken oud waren. “Ze hadden een week zonder melk gezeten, dus hadden ze een flinke achterstand.”
Volgens Sinnema zijn er tegenwoordig een hoop otters in Friesland, maar vallen er ook veel verkeersslachtoffers. “Iedereen draagt zijn steentje bij om de populatie gezond te houden. Ons doel is om deze jongen over negen maanden weer in het wild uit te zetten. Dat doen we altijd in overleg met zoogdierexpert Harrie Bosma, onze contactpersoon voor otters in Fryslân. Soms krijgen ze in Drenthe een plek, maar altijd in een gebied waar al otters leven.”
Tot die tijd staat er nog veel op het programma voor de jonge dieren. “Ze leren zwemmen door onder water door buizen en holen te gaan. Eerst laten we een buis deels boven water, later helemaal onder. Als ze het eenmaal doorhebben, gaat het als een speer, het zijn slimme dieren. We geven ze ook eens een grote vis, soms groter dan zijzelf. Die is al dood, maar dat hebben ze niet in de gaten”, vertelt Sinnema lachend.
De opvoeding gaat stap voor stap. “We beginnen met flesvoeding, daarna krijgen ze een houder met een knuffel, dan een schaaltje, en ook vis. In het begin helpen we overal bij, maar naarmate ze ouder worden, trekken we ons steeds meer terug. Dat is belangrijk, want uiteindelijk moeten ze wild en zelfstandig worden.”
Hechting is onvermijdelijk, geeft Sinnema toe. “Ze zijn super schattig en je zorgt er zo intensief voor. We wonen op het terrein, mijn dochter Jildau is het meest verantwoordelijk voor de verzorging. Dat is zeven dagen per week een fles geven, drie keer per dag. Toch neemt het contact geleidelijk af. Op een gegeven moment worden ze echte rovers en wil je liever op afstand blijven. Dat is juist goed, want dat betekent dat ze klaar zijn voor de natuur.”
Met een glimlach besluit ze: “Het blijft bijzonder om van zo dichtbij te zien hoe ze zich ontwikkelen. En met een drieling is het niet alleen hard werken, maar ook elke dag genieten.”
Over De Fûgelhelling
De Fûgelhelling in Ureterp is hét opvangcentrum voor Noord-Nederland, actief sinds 1975. Jaarlijks biedt het onderdak aan zo’n 10.000 zieke, gewonde, verzwakte of verweesde inheemse vogels en zoogdieren. Met hulp van circa 50 vrijwilligers worden deze dieren verzorgd in speciale voorzieningen zoals een ziekenboeg, verschillende vogelkooien en bassins – met als doel ze zo snel mogelijk terug te brengen naar de natuur. Daarnaast speelt voorlichting een belangrijke rol; via educatieprogramma’s, excursies en het natuurgebied Douwes Gea (ruim 1 hectare groot met divers biotoop en ecologische inrichting) bevordert De Fûgelhelling bewustzijn en liefde voor de natuur.



















