
Waarom liggen er het ene jaar veel meer eikels dan het andere?
AlgemeenWie in de nazomer en herfst onder een eik, beuk of kastanjeboom loopt, hoort ze soms letterlijk naar beneden tikken. Eikels, beukennootjes en kastanjes beginnen weer te vallen. Het ene jaar ligt de grond er werkelijk mee bezaaid, terwijl er een jaar later nauwelijks iets te vinden is. Dat verschil is geen toeval. Bomen kennen namelijk goede en slechte zaadjaren.
Een zogenoemd mastjaar
Een jaar waarin bomen uitzonderlijk veel vruchten en zaden produceren, wordt een mastjaar genoemd. Vooral bij eiken en beuken kan het verschil tussen jaren enorm zijn. Tijdens zo’n mastjaar kunnen duizenden eikels of beukennootjes onder één boom terechtkomen.
Bomen produceren dus niet ieder jaar dezelfde hoeveelheid. Een belangrijke reden daarvoor is dat het maken van bloemen en zaden veel energie kost. Na een zeer productief jaar kan een boom tijd nodig hebben om reserves op te bouwen voordat opnieuw een grote hoeveelheid zaad wordt gevormd.
Het weer speelt mee
Ook de weersomstandigheden zijn belangrijk. Voor een goede oogst moeten tijdens de bloei en de ontwikkeling van de vruchten verschillende omstandigheden gunstig uitpakken. Temperatuur, neerslag, droogte en late nachtvorst kunnen allemaal invloed hebben.
Een warme en droge periode tijdens de bloei kan bijvoorbeeld gunstig zijn voor de bestuiving van sommige bomen, terwijl vorst op het verkeerde moment bloemen kan beschadigen. Langdurige droogte kan er vervolgens voor zorgen dat vruchten zich minder goed ontwikkelen of vroegtijdig van de boom vallen.
De hoeveelheid eikels die we in het najaar vinden, is daarmee voor een deel het resultaat van omstandigheden van maanden eerder.
Slimme strategie van de boom
Een mastjaar heeft nog een bijzonder voordeel. Eikels en beukennootjes staan bij allerlei dieren op het menu. Denk aan muizen, eekhoorns, gaaien en wilde zwijnen. Wanneer er maar weinig zaden zijn, kunnen dieren een groot deel daarvan opeten.
Produceert een boomsoort in één jaar echter massaal zaden, dan zijn het er simpelweg te veel om allemaal te worden opgegeten. Er blijven daardoor meer exemplaren over die kunnen ontkiemen. Het jaar daarop kan de productie weer veel lager zijn. Hierdoor kunnen populaties van zaadeters zich niet voortdurend instellen op een enorme voedselvoorraad.
Ook belangrijk voor dieren
Een overvloed aan eikels en beukennootjes werkt door in de natuur. Voor veel dieren betekent een mastjaar een rijk gedekte tafel. Muizen kunnen bijvoorbeeld profiteren van het extra voedsel en beter de winter doorkomen. Dat kan later weer gevolgen hebben voor dieren die muizen eten.
Ook de Vlaamse gaai speelt een bijzondere rol. Hij verzamelt eikels en verstopt ze op verschillende plekken als wintervoorraad. Niet iedere eikel wordt teruggevonden. Zo helpt de vogel onbedoeld mee bij de verspreiding van eiken.
Kastanjes verzamelen
Voor kinderen blijft de herfst natuurlijk vooral het seizoen van zakken vol kastanjes, eikels en beukennootjes. Daarbij is wel een belangrijk onderscheid te maken. Tamme kastanjes zijn eetbaar, paardenkastanjes niet. De glanzende kastanjes die veel kinderen verzamelen, zijn vaak paardenkastanjes.
Wie de komende weken tijdens een wandeling af en toe iets op zijn hoofd hoort tikken, weet dus wat er gebeurt. De bomen zijn bezig met hun volgende generatie. En ligt de grond straks werkelijk vol? Dan zou het zomaar eens een goed mastjaar kunnen zijn.



















