
De tuin winterklaar? Ruim vooral niet alles op
AlgemeenSeptember en oktober zijn traditioneel de maanden waarin we de tuin ‘winterklaar’ maken. Snoeischaar erbij, uitgebloeide planten verwijderen, bladeren harken en alles netjes aan kant. Maar wie zijn tuin goed de winter door wil helpen én iets voor vogels, insecten en andere dieren wil doen, kan beter niet alles opruimen.
Bladeren mogen blijven liggen
Afgevallen bladeren hoeven niet overal direct de groencontainer in. Onder struiken, bomen en in borders kunnen ze prima blijven liggen. Ze vormen een natuurlijke beschermlaag voor de bodem en bieden een schuilplaats aan allerlei kleine dieren.
Op het gazon is een dikke laag bladeren minder handig. Het gras krijgt daardoor onvoldoende licht en lucht. Daar kunnen de bladeren dus beter worden weggehaald. Verplaats ze bijvoorbeeld naar een border of maak er een bladhoop van.
Niet alles afknippen
Ook uitgebloeide planten hoeven niet allemaal in het najaar kort te worden geknipt. Holle stengels en afgestorven planten bieden overwinteringsplekken aan insecten. Zaadhoofden kunnen bovendien voedsel opleveren voor vogels.
Daar komt nog iets bij: op een koude ochtend kunnen uitgebloeide planten met rijp erop juist prachtig zijn. Veel snoeiwerk kan daarom prima wachten tot het voorjaar.
Tijd voor bloembollen
Wie in het voorjaar krokussen, narcissen en tulpen wil zien, moet juist in het najaar aan de slag. Voorjaarsbloeiende bollen worden in de herfst geplant. Krokussen en andere vroegbloeiende soorten zijn niet alleen mooi, maar kunnen vroeg in het jaar ook voedsel bieden aan insecten.
Het najaar is eveneens een goede periode voor het planten van veel bomen, struiken en vaste planten. De grond is vaak nog relatief warm terwijl de verdamping afneemt. Daardoor kunnen planten voor de winter beginnen met wortelen.
Denk aan dieren
Een takkenhoop achter in de tuin hoeft niet slordig te zijn. Voor insecten, vogels en kleine zoogdieren kan zo’n plek juist waardevol zijn. Ook een stapeltje hout, bladeren onder een heg en dichte begroeiing zorgen voor beschutting.
Vogels zijn geholpen met struiken waarin ze kunnen schuilen en met planten waaraan zaden blijven zitten. Wie een vijver heeft, kan ervoor zorgen dat dieren die erin terechtkomen ook weer gemakkelijk uit het water kunnen klimmen.
En het gazon?
Zolang het gras groeit, kan er gemaaid worden. Naarmate het kouder wordt, neemt de groei vanzelf af. Maai het gras richting de winter niet extreem kort. Verwijder wel grote hoeveelheden afgevallen blad.
Kwetsbare planten in potten verdienen eveneens aandacht. Sommige soorten moeten tegen vorst worden beschermd of naar een beschutte, vorstvrije plek worden verplaatst. Controleer tegelijkertijd buitenkranen en andere watergevoelige onderdelen voordat de eerste stevige nachtvorst arriveert.
Winterklaar betekent niet kaal
Misschien moeten we het begrip ‘winterklaar maken’ daarom anders bekijken. Een volledig aangeharkte, kale tuin ziet er netjes uit, maar biedt de natuur weinig.
Laat eens een hoopje bladeren liggen, bewaar wat uitgebloeide stengels en gun een hoekje van de tuin wat rust. Minder werk voor de tuinbezitter en meer overwinteringsruimte voor alles wat er leeft. Soms is iets niet doen dus precies de juiste tuinklus.



















