
Libellen slaan alarm
AlgemeenEr is een nieuwe Rode Lijst Libellen verschenen. De vorige stamt uit 2011 en sindsdien is er veel veranderd. Er zijn positieve veranderingen (soorten zijn teruggekeerd of algemener geworden), maar helaas ook zeer zorgwekkende ontwikkelingen. Vooral algemene, wijdverbreide soorten gaan massaal achteruit. Dat is een zorgwekkend signaal: het is slecht gesteld met ons oppervlaktewater.
Nieuwe Rode Lijst: plussen en minnen
Rode Lijsten vergelijken de situatie van nu met die in 1950. Als je oppervlakkig kijkt, zie je vooral positieve ontwikkelingen in de libellenstand. Slechts twee soorten die ooit in Nederland voorkwamen zijn verdwenen, terwijl we onder invloed van klimaatopwarming heel veel nieuwe soorten erbij hebben gekregen. Tot voor kort gingen de libellen dan ook inderdaad vooruit. Op de Rode Lijst van 2011 waren de bedreigde soorten voornamelijk zeldzame libellen die hoge eisen stellen aan hun leefgebied en daardoor kwetsbaar zijn voor veranderingen in natuurgebieden. Sindsdien is er echter een kentering gekomen. Veel libellensoorten gaan de laatste jaren achteruit. En dat treft niet alleen de zeldzame specialisten maar ook de algemene soorten van slootjes en vijvers.
Internationaal
Om te kunnen vergelijken met andere landen, wordt er tegelijk met de Nederlandse Rode Lijst ook een Rode Lijst volgens internationale criteria gemaakt. Deze kijkt niet naar referentiejaar 1950, maar alleen naar de ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar. De internationale Rode Lijst geeft dus een beter beeld van hoe het nú met onze soorten gaat. En omdat veel libellen pas recent achteruitgaan, is deze lijst aanmerkelijk langer.
Rode Lijsten hebben een signaalfunctie: ze laten zien welke soorten met uitsterven worden bedreigd en in welke mate. Vooral op de internationale Rode Lijst staan nu alle alarmbellen op rood. Als we niets doen, raken we straks een deel van onze libellensoorten kwijt.
Libellen luiden de noodklok
Dat juist (ook) de gewone soorten achteruitgaan, geeft aan dat op grote schaal de kwaliteit van ons oppervlaktewater te wensen overlaat. Dit kan niet los worden gezien van pesticiden en andere schadelijke stoffen in het water. Ook zien we de hoeveelheid waterplanten in gewone slootjes afnemen en speelt klimaatverandering een rol. Een les die we in ieder geval leren: als ons oppervlaktewater voor deze gewone soorten te vies wordt, is het als zwemwater ook niet meer gezond. Om nog maar niet te spreken van de gevolgen voor de zuivering van ons drinkwater.
Wat kunnen we doen?
Al weten we nog niet de precieze oorzaak van de achteruitgang van gewone soorten, niets doen is geen optie! Libellen zeggen iets over de waterkwaliteit in onze leefomgeving: hoe beter de waterkwaliteit, hoe meer libellen. Nu we gewone libellensoorten zo hard achteruit zien gaan, weten we dat we de kwaliteit van ons water hoger op de agenda moeten zetten. Dat geldt voor beleidsmakers, beheerders van natuurgebieden, stedelijk gebied en boerenland, maar ook voor jou en mij, die zich kunnen inzetten voor een schone leefomgeving. Als er meer biologische groenten worden gekocht, worden er minder pesticiden gebruikt. Het gebruik van ecologisch verantwoorde schoonmaakmiddelen helpt zeker ook. Je kunt libellen ook concreet een steuntje in de rug geven door een vijver in je tuin te hebben zonder (goud)vissen en met een gevarieerde oevervegetatie en veel waterplanten. Zo creëer je een klein leefgebiedje waar libellen zich kunnen voortplanten. Daarmee red je niet direct alle libellen, maar iedere maatregel heeft wel degelijk een positief effect op deze luchtacrobaten.
Deze Rode Lijst is tot stand gekomen in opdracht van het Ministerie van LVVN en is opgesteld door De Vlinderstichting en EIS Kenniscentrum Insecten, met medewerking van het Centraal Bureau voor de Statistiek.



















