
Kabinet wil gevolgen hoge energieprijzen beperken
AlgemeenHet kabinet werkt aan een pakket maatregelen om de gevolgen van stijgende energieprijzen voor huishoudens en bedrijven te beperken. Door de onzekere situatie in het Midden-Oosten en de gevolgen daarvan voor de energievoorziening bereidt de regering zich tegelijkertijd voor op verschillende toekomstscenario’s.
Wereldwijd is er minder aanvoer van ruwe olie door de situatie in het Midden-Oosten. Daardoor blijven de prijzen van onder meer benzine en diesel hoog. Het kabinet houdt rekening met een verdere verslechtering van de situatie, waardoor prijzen verder kunnen stijgen en bredere economische effecten kunnen ontstaan.
Om de impact te beperken wil het kabinet gerichte ondersteuning bieden aan mensen en bedrijven die het hardst worden geraakt. Tegelijk wordt ingezet op maatregelen die Nederland op langere termijn minder kwetsbaar maken voor hoge energieprijzen, zoals verduurzaming van woningen, energiebesparing en het voorkomen van tekorten aan olie en gas.
Het kabinet benadrukt dat het vinden van effectieve maatregelen ingewikkeld is. Ingrepen die energie goedkoper maken kunnen namelijk ook leiden tot een hogere vraag, waardoor prijzen opnieuw stijgen. Het doel is daarom vooral te voorkomen dat huishoudens en bedrijven direct in financiële problemen komen. De plannen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.
Voor huishoudens komt er onder meer een verhoging van de maximale onbelaste reiskostenvergoeding. Die gaat van 23 cent naar 25 cent per kilometer in 2026, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari. Daarnaast wordt gewerkt aan een noodfonds voor mensen met een laag inkomen en een hoge energierekening. In Caribisch Nederland wordt de bestaande energietoelage uitgebreid.
Huishoudens met energiearmoede krijgen extra ondersteuning bij het verduurzamen van hun woning. Tussen 2026 en 2028 komt jaarlijks 15 miljoen euro beschikbaar om slecht geïsoleerde koopwoningen aan te pakken. Ook krijgt het Nationaal Warmtefonds extra middelen, waardoor alle woningeigenaren een lening kunnen afsluiten voor verduurzaming. Huishoudens met een inkomen tot 60.000 euro betalen daarbij geen rente.
Verder komt er extra geld voor Energiefixers die bewoners helpen met energiebesparende maatregelen in huis en wordt de subsidie voor Verenigingen van Eigenaren uitgebreid om onder meer isolatie en duurzame installaties mogelijk te maken. Mensen met een laag inkomen kunnen bovendien gebruikmaken van een nieuwe regeling om een benzine- of dieselauto in te ruilen voor een tweedehands elektrische auto.
Ook voor bedrijven worden maatregelen voorbereid. Zo wordt de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers tussen 1 juli en 31 december 2026 gehalveerd. Voor vrachtwagens geldt in dezelfde periode zelfs een tarief van 0 procent. Daarnaast stijgt de Energie-investeringsaftrek vanaf 2027 naar 45,5 procent, waardoor bedrijven meer investeringskosten voor energiebesparing en CO2-reductie kunnen aftrekken van hun winst.
Het midden- en kleinbedrijf krijgt extra ondersteuning via duurzaamheidsleningen en een ontzorgingsprogramma om energie te besparen. Vanaf juli 2026 wordt het bovendien eenvoudiger voor bedrijven om financiering te krijgen voor verduurzaming via bestaande garantieregelingen.
Specifieke sectoren krijgen eveneens steun. Voor de visserijsector komt 25 miljoen euro beschikbaar om minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen. De land- en tuinbouwsector ontvangt in 2026 eveneens 25 miljoen euro om het gebruik van energie en kunstmest te verminderen.
Naast financiële maatregelen wil het kabinet het risico op een olietekort verkleinen door strategische olievoorraden in te zetten en een crisisplan gereed te houden. Nederland schaalt daarom op naar fase 1 van het Landelijke Crisisplan Olie, waarbij de situatie nauwlettend wordt gevolgd en aanvullende maatregelen worden voorbereid voor het geval de situatie verder verslechtert.



















