
Corso’s - ook van Drogeham - op erfgoedlijst Unesco
AlgemeenBloemencorso’s in Nederland rekent de Unesco in het vervolg tot ‘immaterieel werelderfgoed’. Daar valt ook de ‘Gondelvaart op wielen’ in Drogeham onder. Eerder deze week werd de ‘valkerij’,(het houden van valken en van oorsprong ook het jagen daarmee) ook als zodanig erkend door de Unesco in Parijs.
Een corso is veel meer dan alleen een optocht. Het bouwen van de corsowagen en alles wat daarbij komt kijken, is een sociaal en creatief proces waar de hele gemeenschap gedurende een groot deel van het jaar mee bezig is. Jong en oud, man en vrouw werken samen, kinderen en jongeren worden intensief bij het corso betrokken, en de cultuur wordt overgedragen van generatie op generatie. Daarmee leveren de corso’s een grote bijdrage aan de sociale cohesie van hun gemeenschap. De Unesco, de cultuurorganisatie van de Verenigde Naties, geeft erkenning aan bepaalde tradities, zonder dat daar subsidies of andere financiële vergoedingen tegenover staan.
‘Corsokoepel’
In 2018 werd de ‘Corsokoepel’ opgericht als landelijk samenwerkingsverband, met als doel internationale erkenning van de optochten met bloemenwagens en alles wat daar bij hoort. Elk corso op zich en de ‘Corsokoepel’ gezamenlijk dienden een dossier in bij de minister voor cultuur, die deze informatie doorgaf aan de Unesco in Parijs.
Voorzitter Jellie Hamstra van de stichting Gondelvaart op Wielen in Drogeham is opgetogen. Dankzij een ‘live stream’-verbinding met Parijs kreeg ze rechtstreeks de bespreking en de uitslag mee. “Kribels yn ‘e búk, doe ‘t de foarsitter de hammer falle liet en sei: ‘adopted’!”
Dossiers ingediend
De corso’s en hun gezamenlijke ‘Corsokoepel’ hebben in 2018 al een dossier ingediend bij de minister voor cultuur, die de informatie overdroeg aan de Unesco. “Hiel bysûnder dat de korsokultuer no op sa’n ynternasjonale list stiet”, vindt mevrouw Hamstra.
Sinds 1968 in Drogeham
De jaarlijkse Gondelvaart op Wielen in Drogeham bestaat sinds 1968, eerst georganiseerd door een commissie, later omgezet in een stichting. De gondelvaarten van Aldeboarn en de Knipe waren inspiratiebronnen, maar er is meteen gekozen voor ‘op wielen’.
De Unesco erkent bepaalde tradities, rituelen, gebruiken en ambachten als ‘immaterieel erfgoed’, als ze een gemeenschap een gevoel van identiteit geven. Bovendien dient deze cultuur te worden doorgegeven. Of het gaat om grote corso’s, zoals van Aalsmeer, of om kleine als van Drogeham, doet niet ter zake. Dat het coronavirus de laatste paar jaar roet in het eten gooide, heeft de Unesco niet van de erkenning weerhouden.



















