
Fries Kampioenschap piksjitten
AlgemeenEARNEWALD - In Earnewâld wordt het ijs drie keer per winter(tje) gebruikt. Eerst wanneer het eigenlijk nog niet kan, dan wanneer een ieder zich op het ijs begeeft en tenslotte wanneer de dooi invalt. Dan komen de mannen van ‘Piksjitferiening Teiwaar’ het ijs op om hun sport te bedrijven, gewapend met pikblok en een broekzak vol centen.
De deelnemers leggen per spel een cent op de pik, munt naar boven. De deelnemers nemen stelling op circa 30 meter van de pik en werpen dan hun pikblok (verzwaard met lood) richting de pik. Met vaart glijden de blokken over het natte ijs en raken al dan niet de pik. Is de pik geraakt dan vallen de centen op het ijs en wordt het spannend. Dan is het kop of munt. Bij munt moet de cent weer terug op het blok, bij kop is de munt voor de deelnemer. In dat geval mag hij door met het omverwerpen van de pik of met het afgooien van andere deelnemers. Lig je binnen twee voetlengtes van de pik dan gelden weer andere regels die de kansen op winst vergroten.
Heeft een deelnemer al flink wat centen dan mag hij ook ‘nei hûs’. Niet sportief maar gelet op het resultaat wel zo handig. Wordt de pik wel geraakt maar blijft hij staan dan is het ‘pik stiet’. Vreugde alom. Wel geraakt, maar niet geldig. Uiteindelijk wint degene die over de hele middag de meeste centen in zijn bezit heeft. Geen prijsuitreiking deze keer, vanwege de corona. Dus ook geen ‘neisit’. Dat maakt het piksjitten deze keer wat halfslachtig. Ondertussen brommen er ijsbrekers voorbij richting Drachten. Het is nu echt einde ijspret. Ook in Earnewâld.



















