
Het oogstfeest van Friesland leeft voort in de (sociale) dorpstuin
AlgemeenDe geur van omgewoelde Friese klei, vroege aardappels en goudgele graanvelden kondigt van oudsher de overgang naar de herfst aan. September is in Friesland de maand waarin het harde werk op het land werd beloond. Hoewel de officiële Dankdag voor het Gewas pas in november in de kerken wordt gevierd, klopte het echte hart van de Friese oogsttijd in de nazomer. Het binnenhalen van de gewassen was niet alleen een logistieke prestatie, maar ook hét sociale hoogtepunt van het jaar op het platteland.
Wanneer de laatste karren vol graan, suikerbieten en aardappelen de schuren in rolden, maakte de zware arbeid plaats voor opluchting en feest. Ook de Friese gele woudboon, in het Fries het Wâldbeantsje, hoorde bij de oogst van de zandgronden in de Friese Wouden. De traditie van de oogstbijeenkomst of het oogstfeest, zat diep geworteld in de Friese cultuur. Boeren en landarbeiders vierden samen dat de wintervoorraad veilig was. Er werd gedanst, gedronken en stevige kost gegeten. Dit was de tijd van de oogstbiertraditie, waarbij de boer zijn arbeiders trakteerde als dank voor hun loyaliteit en zweet. Voor de mechanisatie van de landbouw (grofweg voor 1940) was de oogstperiode een cruciale en slopende periode. Het hele dorp, inclusief ingehuurde seizoensarbeiders (zoals de bekende Duitse Hannekemaaiers in Friesland), moest meehelpen. Hannekemaaiers waren Duitse seizoensarbeiders die in de zomer naar Nederland kwamen. Ze kwamen vooral uit Westfalen en omliggende regio’s. Ze werden ingezet voor het zware landwerk, zoals het maaien van gras en graan, hooien en de latere oogst. Zodra het laatste graan of de laatste aardappel binnen was, viel de enorme stress om te overleven in de winter weg.
Vandaag de dag is die gemeenschapszin rondom de oogst niet verdwenen, maar heeft het een eigentijdse vorm gekregen in de Friese sociale volkstuinen en dorpsmoestuinen, de doarpstunen. Verspreid over de provincie, van de Friese Wouden tot de kleigronden in het noorden, vormen deze tuinen het moderne groene sociale cement. Hier komen dorpsbewoners van alle leeftijden en achtergronden samen. Het doel is allang niet meer puur overleven, maar ontmoeten, van elkaar leren en eenzaamheid tegengaan.
In deze sociale volkstuinen is het oogstpalet in september ontzettend divers. Men vult de manden met robuuste herfstgroenten zoals aardappelen, prei en pompoenen. Ook de late rassen van bonen, uien en wortelen worden geoogst. Daarnaast hangen de boomgaarden vol met najaarsfruit. Stoofperen, zoals de Gieser Wildeman, sappige appels en pruimen worden geplukt om te worden verwerkt tot moes of traditionele appeltaart. Daarnaast wordt een oude traditie van het wekken in glazen potten ook hier en daar in Friesland nog toegepast. Wat overblijft, wordt vaak gedeeld met minderbedeelden in het dorp of geschonken aan de lokale voedselbank, wat de sociale gedachte achter de tuin nog eens extra onderstreept.
Wanneer de oogstmaand ten einde loopt, organiseren veel van deze Friese volkstuinen hun eigen kleinschalige informele oogstfeesten. Buren ontmoeten elkaar tussen de groentebedden, er wordt soep gekookt van de eigen opbrengst en de sterke verhalen over de grootste pompoen van het seizoen gaan over tafel. Het is een rechtstreekse voortzetting van de oude dankbaarheid, samenwerken met de natuur, de vruchten plukken en dat succes vieren met de gemeenschap. Zo blijft het oeroude Friese oogstgevoel, ondanks alle moderne technologische veranderingen, springlevend op de lokale vierkante meter.



















