
‘De Dikke Doerak’ in De Spitkeet over misdrijf en straf in de Friese Wouden
AlgemeenVrijdagavond 17 april wordt de nieuwe expositie ‘De Dikke Doerak’ geopend in openluchtmuseum De Spitkeet in Harkema, over ‘criminaliteit in de Friese Wouden’. Bovendien is er die avond een lezing van Willem Helfrich, bestuurslid van Stichting ‘De Blokhuispoort’ in Leeuwarden, over de geschiedenis van het Friese gevangeniswezen vanaf de 14e eeuw.
In de expositie is een unieke film uit 1925 te zien. Daarmee krijgen bezoekers een zeldzame blik op het dagelijks leven achter de tralies te zien, ruim honderd jaar geleden. Er zijn zeldzame voorwerpen te bekijken, oude documenten te lezen en verhalen over beruchte misdaden. OOk foto’s geen een indruk van ‘misdaad en straf’ in de loop van de eeuwen in de Friese Wouden.
Armoede en alcohol
Criminaliteit in de Friese Wouden had vaak z’n oorsprong in armoede en drankmisbruik. Kleine diefstallen en geweld kwamen hier met regelmaat voor. De sociale omstandigheden waren veelal de voedingsbodem voor talloze strafzaken, die uiteindelijk voor de rechter belandden en in het algemeen genomen zwaar werden bestraft.
De lezing is vrij toegankelijk. Die begint om 19:30 uur. Inloop vanaf 19:00 uur met koffie of thee en trekzakliederen uit begin 1900, gespeeld door Rinze Dijkstra, bestuurslid van openluchtmuseum De Spitkeet. Belangstellenden worden verzocht zich vooraf aan te melden via activiteiten@despitkeet.nl.
Vijf eeuwen terug
De wisselexpositie gaat terug tot circa 1500 na Christus en gaat niet alleen over de Friese Wouden, maar ook over Friesland in z’n geheel. Zware misdrijven werden namelijk niet in Achtkarspelen (waar Harkema onder valt) berecht, maar in Dokkum (kantongerecht) of Leeuwarden (‘Hof van Friesland’).
Wél is er een tijdlang een cel onderin de kerktoren van de Mariakerk (‘de âlde wite’) in Buitenpost. Tussen 1852 en 1869 werden hier in totaal 436 personen opgesloten. Een cipier verzorgde deze gevangenen. De cipier werd benoemd door een klerk van de gemeentesecretarie (Bonne Stiksma) en veldwachter Molle Sytzes Feenstra, beiden wonend in Buitenpost.
Van de 14e tot in de 18e eeuw waren er zeven soorten straffen in de Nederlanden: vrijheidsstraffen, vermogensstraffen, boetedoeningen (spijt betuigen en schade betalen), verbanning, ontering (bijvoorbeeld iemand een tijd ‘aan de schandpaal’ zetten), lijfstraffen en – het zwaarst – doodstraffen. Verbanning en boetes werden het vaakst toegepast.
Galgenveld bij Twijzel
Een lijfstraf kon bijvoorbeeld betekenen dat er vingers of een hand werd afgehakt. Een doodstraf werd vaak in het openbaar voltrokken door ophanging aan een galg. Oostelijk van Twijzel was het galgenveld van de grietenij Achtkarspelen. Die werd vooral gebruikt voor het tonen van lijken van mensen die elders tot de doodstraf waren veroordeeld, bij wijze van waarschuwing. Dat gebeurde dan op bevel van het Hof van Friesland. De feitelijke executie had dan al in Leeuwarden plaats gevonden.
Zelfs dieren vielen onder het strafrecht. In de middeleeuwen kon een dier straf krijgen als die (een deel van) de oogst had opgegeten. Zulke dieren konden ook voor de rechtbank worden gesleept (letterlijk)!
Diverse oorzaken
De oorzaken van criminaliteit konden en kunnen nog steeds tamelijk verschillend zijn. Jaloezie, armoede, alcohol- en/of drugsverslaving en psychische factoren kunnen een rol spelen. Rond 1900 was armoede in de Friese Wouden een wijdverbreid verschijnsel, en daarmee ook diefstal en ‘landloperij’. Voor dat laatste kon men in Veenhuizen belanden, officieel voor ‘heropvoeding’, maar daar kwam in de praktijk meestal weinig van terecht.
De wisselexpositie 2026 loopt van 18 april tot 1 november. Zie ook de website van De Spitkeet: https://despitkeet.nl/