
Opzichter Anton Huitema: "Geniet van De Alde Feanen, maar wel met respect voor de natuur”
Twintig jaar geleden kreeg De Alde Feanen officieel de status van nationaal park. Sindsdien groeide het gebied uit tot een van de bekendste natuurgebieden van Fryslân. Voor opzichter Anton Huitema van It Fryske Gea voelt het gebied nog altijd als thuis. Al sinds 1989 is hij betrokken bij De Alde Feanen.
“Ik ben hier in 1989 begonnen als vrijwillige schipper op de toenmalige excursieboot,” vertelt Huitema. “Dat was toen nog de Zwanneblom, later werd dat de Blauwstirns.” Vanuit die rol groeide hij steeds verder binnen de organisatie. Eerst werkte hij mee in beheer en voorlichting, later ook in educatie. Inmiddels is hij als opzichter district Midden vooral bezig met natuurbeheer in het veld. “Mijn hart ligt meer bij de natuur zelf,” zegt hij. “Met name ook het beheer.”
De status van nationaal park bracht twintig jaar geleden veel veranderingen met zich mee. “Er moest meer voorlichting komen en meer toezicht,” legt Huitema uit. Ook kwam er een bezoekerscentrum. Samen met het Fries Landbouwmuseum werd het bezoekerscentrum ingericht in het voormalige hoofdgebouw van Buitenplaats It Wiid. “Toen ben ik daar ook gaan werken en hebben we onder andere de educatietak opgezet.”
Volgens Huitema veranderde niet alleen de organisatie, maar ook de natuur zelf. “De natuur is altijd onderhevig aan veranderingen. Het gebied wordt ouder en daar hoort ontwikkeling bij.” Dat is zichtbaar in de dieren die zich in De Alde Feanen vestigen. De zeearend is daarvan misschien wel het bekendste voorbeeld. “Die broedt hier nu al tien jaar. We hebben inmiddels twee broedparen in het gebied. Dat is natuurlijk prachtig.”
Ook de otter keerde terug. “Toen ik hier kwam werken werd het otterproject aangelegd met als doel om hier ooit otters uit te zetten. Uiteindelijk bleken hier al wilde otters te zitten. Nu doet de otter het hartstikke goed in het gebied.” Volgens Huitema laat dat zien dat de natuurkwaliteit sterk is. “De otter is echt een ambassadeur van het zoetwatermilieu.”
Daarnaast ziet hij door klimaatverandering nieuwe soorten verschijnen. “Zo hoor je de Cetti’s zanger hier steeds vaker. Dit is van oorsprong een zuidelijke soort. Omdat we nauwelijks nog echte winters hebben, kunnen die hier nu goed gedijen.”
Wat De Alde Feanen bijzonder maakt, is volgens Huitema de afwisseling in het landschap. “Rietlanden, moerasbossen, graslanden, petgaten en grote veenplassen. Die grote verscheidenheid maakt het gebied uniek.” Vooral de moerasbossen zijn volgens hem belangrijk. “Veel mensen zien de waarde daarvan niet, maar daar ontstaat een heel eigen microklimaat met bijzondere mossen, paddenstoelen en vogelsoorten.”
Toch liggen er ook uitdagingen. Verdroging is volgens Huitema een van de grootste problemen voor de toekomst. “Het gebied ligt inmiddels hoger dan de omgeving, waardoor het water wegloopt. Terwijl juist schoon en voldoende water essentieel is voor het voortbestaan van een moerasgebied in De Alde Feanen.”
Aan bezoekers heeft hij vooral één boodschap. "Geniet van de natuur, maar wel met respect voor de natuur. Blijf op de paden en houd je aan de regels. Dan kunnen mens en natuur hier ook de komende twintig jaar samenleven.”