
Van deadlines naar draaiende motoren: Willem Doppenberg en zijn liefde voor oldtimer brommers
Na een werkzaam leven vol deadlines, vergaderingen en constante drukte, heeft Willem Doppenberg (77) een heel andere tijdsbesteding gevonden: het restaureren van oldtimer brommers. Het hok is een mooie werkplaats geworden, met allerlei onderdelen waar Willem ongestoord kan sleutelen.
“It wie altyd fleane”, vertelt Willem. “En no’t ik mei pensjoen bin, genietsje ik fan it feit dat ik dat net mear hoech te dwaan.” Zijn dagen vult hij met tuinieren, fietsen en reizen met de caravan. Maar in de koudere maanden trekt hij zich graag terug in zijn werkplaats. Daar begon, min of meer toevallig, zijn nieuwe passie.
De eerste brommer kwam vijftien jaar geleden op zijn pad. De broer van zijn vrouw Maaike had destijds een oude Puch uit elkaar gehaald, maar werd ziek en kon het project niet afmaken. De onderdelen belandden in dozen en werden aan zoon Henk geschonken. Maar die had er geen tijd voor en zo kwamen ze uiteindelijk bij Willem en Maaike terecht. Jarenlang bleven ze onaangeroerd, totdat de vraag kwam: wat doen we ermee? “Ik tocht: ik besykje der gewoan wat fan te meitsjen”, vertelt Willem. “En nei in heal jier stie der wer in prachtige brommer.”
Dat eerste succes smaakte naar meer. Inmiddels heeft Willem meerdere brommers opgeknapt. Momenteel werkt hij aan een Sparta die binnenkort zijn zeventigste verjaardag viert. Hij haalt motoren volledig uit elkaar, vervangt lagers en pakkingen en zorgt ervoor dat alles weer loopt als vanouds. Maar ook het spuiten van de framedelen wordt zelf gedaan. “It jout in enoarm foldien gefoel. Yn myn âlde wurk sjoch ik dy wurksumheden net mear werom, mar dit bliuwt.”
Zijn hobby bracht hem op bijzondere plekken. Zo haalde hij ooit een onderdeel op bij een oudere man in Noord-Brabant, die zijn huis en schuur vol had staan met brommers en antiek. “De kachel stie op 26 graden en hy hie it iten al klearstean doe’t wy kwamen”, lacht Willem. “Mar de kettingkast dy’t ik dêr fûn, sit der no wol moai op.”
De liefde voor oude brommers is volgens Willem typisch voor zijn generatie. “Yn ‘e jierren sechtich betsjutte in bromfyts frijheid. Do koest gean wêr’st woest. Fleanreizen sieten d’r toen noch net yn.” Maaike vult aan: “Do hiest gjin helm of rydbewiis nedich. Wy stapten gewoan op en gongen.” Die nostalgie leeft nog altijd voort, merkt Willem. “As ik ergens bin, dan komme d’r altyd minsken te sjen. Dan hear ik ferhalen dat se ek sa’n brommer hienen.”
Hij restaureert vooral voor zijn eigen plezier. Ook maakt hij ritjes met een clubje uit het dorp, al hoeven die tochten voor hem niet te lang te zijn. “Do rydst toch net sa hurd”, zegt hij nuchter.
Zijn werkplaats is eenvoudig maar doeltreffend ingericht. De werkbank is een oud ziekenhuisbed dat in hoogte verstelbaar is, de radio speelt oude muziek en een kacheltje zorgt voor warmte. “Dan sit ik hjir hearlik,” zegt Willem.
Of hij ermee doorgaat? “Salang’t ik d’r nocht oan ha en de tiid derfoar ha, fêst. Mar it jout ek in protte rommel”, voegt hij lachend toe.
Voor nu is het duidelijk: waar ooit de drukte van het werk zijn leven bepaalde, vindt Willem tegenwoordig rust in het ritme van sleutelen, schuren en opnieuw tot leven brengen van een stukje verleden. "En wa wit binne d'r no ek minsken dy't nei it lêzen fan dit stikje d'r ek nocht oan ha om in brommerke in nei libben te jaan.”



