Als mogelijke oorzaken voor deze achteruitgang noemde Ens zeven ‘drukfactoren’: het voorkomen van invasieve exoten, de schelpdiervisserij, eutrofiëring, klimaatverandering, diepe bodemdaling ten behoeve van de landbouw, menselijke verstoringsbronnen (recreanten, vissers, boten, vliegtuigen) én natuurlijke verstoringsbronnen (roofvogels, landzoogdieren).

Mosselvisserij

“Droogvallende mosselbanken werden rond 1990 vrijwel volledig weggevist, terwijl mosselen voor scholeksters een zeer belangrijke voedselbron vormden.” Naar schatting vier-vijfde van de achteruitgang was hierdoor te verklaren, berekende Ens.