De ogenschijnlijk altijd vriendelijke kunstenaar uit Drachten heeft naar eigen zeggen een schaduwkant. “Ik wol hieltyd leaf wêze, mar dat slagget my net, omdat ik in wrokkich persoan bin, en dat fyn ik in enoarm minne eigenskip.” Hij vertelt dat hij lang met rancune kan blijven rondlopen. “Sy sizze dat ik it loslitte moat en dat ik ferjaan moat. Mar hoe doch ik dat?”

Toen hij recent met iemand ‘spul’ had, ontdekte hij een manier om de wrok een plek te geven. Iedere keer als hij langs de woning van deze persoon liep, kon Ketelaar het niet laten om binnensmonds een paar krachttermen te gebruiken. Tot hij op een dag een metalen vis had gemaakt en hij een gevoel van berusting kreeg. “Ik rûn dêr del en sei: ‘Gods liefde en zegen toegewenst’. Dat fielde sa goed.”